Bestormingen: van potentiële staatsgrepen tot pogingen van verzet
Wie kent de beelden niet van menigtes die een paleis of parlementsgebouw bestormen? Van de Franse Revolutie tot de Capitoolbestorming in de Verenigde Staten: deze taferelen zijn niet weg te denken uit ons beeld van politieke strijd.
Bestormingen vonden in de afgelopen jaren op veel verschillende plekken plaats: onder andere in Hongkong (2019), Berlijn (2020), Washington D.C. (2021), Colombo (2022), Brasília (2023), Nairobi (2024) en Kathmandu (2025) bestormden menigtes gebouwen van politiek bestuur. In tegenstelling tot de iconische bestorming van de Bastille in 1789, richtten deze recente bestormingen zich op het binnenvallen van parlementen of andere overheidsinstellingen. In het geval dat zo’n bestorming succesvol zou zijn, leidt dit op zijn minst tot een directe verstoring van de formele (electorale) procedures van politieke participatie.
Interessant genoeg worden bestormingen in deze hedendaagse context zeer uiteenlopend geïnterpreteerd. Sommige worden veroordeeld als rellen of (pogingen tot) gewelddadige staatsgrepen, terwijl andere worden gezien als een (legitieme) vorm van verzet. Het loopt dus blijkbaar nogal uiteen hoe een bestorming uiteindelijk wordt begrepen.
Deze lezing gaat in op wat bestormingen een interessant fenomeen maakt. Over wat voor een ‘soort’ actie hebben we het eigenlijk? Wat is hun politieke significantie? En op welke manier is hun relatie met democratische politiek zo complex?
Janneke Toonders studeerde politieke filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op dit moment werkt ze aan promotieonderzoek aan de Radboud dat mede is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Ze werkt vanuit (radicaal) democratische theorie om de relatie tussen acties van politiek verzet en de democratische politiek te begrijpen. Met dit project specifiek wil ze de democratische betekenis van bestormingen in kaart brengen.